vrijdag 27 april 2007

Melodie in mijn hoofd: Henny Vrienten - Dode dichters almanak


De muziekspeler in mijn hoofd staat weer eens op repeat. Dit keer wakker geworden met de ‘tune’ van  ‘Dode Dichters Almanak’, een wekelijks terugkerend televisieprogramma waarin een overleden dichter uit eigen werk voordraagt. 
De herkenningsmuziek bij het programma is van Henny Vrienten. De muziek werd oorspronkelijk gecomponeerd voor de documentaire ‘Hotel Atonaal’ van Hans Keller over de Vijftigers. Melancholische muziek waar ik geen genoeg van kan krijgen, mooi.

woensdag 25 april 2007

Liszt heeft een pyjamadag


Tsja, soms heb je gewoon geen zin om naar je werk te gaan. Blijf je liever een dagje thuis, even geen gezeik aan je kop. Lekker een dagje in pyjama. Je kunt je het beste meteen ‘s ochtends om negen uur ziek melden: ben je nog niet zo lang wakker en klinkt je stem nog een beetje rauw. De collega die de telefoon opneemt gelooft dan meteen dat je ziek bent. 
Wanneer dat telefoontje eenmaal achter de rug is, wordt je overspoeld door een gelukzalig gevoel. Wat een heerlijk vooruitzicht: een vrije dag ligt aan je voeten. Die lul van de Arbodienst staat toch niet meteen voor de deur, dus geniet je van je vrije tijd. Beetje liggen, beetje lezen, beetje slapen. En... een beetje pianospelen. Lekker in pyjama. Wat zullen we eens spelen? La Campanella van Franz Liszt lijkt me wel wat. Niet het makkelijkste om te spelen. Maar ach, je zit liever te zweten achter de toetsen van je piano dan achter de toetsen van je computer. 
Om daarna terug in bed te duiken...

dinsdag 24 april 2007

Tom America en Jan Hanlo


De pas verschenen cd ‘Nacht’ van Henny Vrienten wil maar niet boeien. De liedjes zijn allemaal in hetzelfde trage tempo van 70 beats per minuut geschreven – wat overeenkomt met een nachtelijke hartslag – waardoor de muziek maar wat voort kabbelt. De hoogtepunten zijn schaars. Vroeger solowerk van Henny Vrienten, met name de cd ‘Mijn hart slaapt nooit’ uit 1991, vond ik leuker. 
Aan de totstandkoming van ‘Nacht’ werkten 11 verschillende songwriters mee. Met ieder afzonderlijk schreef Henny Vrienten een nummer. De bekendste muzikanten met wie Vrienten samenwerkte zijn: Frank Boeien, Def P., Solex, Jan Rot, Henk Hofstede en Boudewijn de Groot. Het is misschien vanwege deze groep uiteenlopende muzikanten dat de cd geen eenheid is geworden. Alleen bij het nummer ‘De Doorgedachte’ van Tom Barman (bekend van Deus) veer ik even op. Een ander lichtpuntje in de langzame en humorloze nacht vind ik ‘Neti / La Noche’ van Tom America. Op het nummer zijn flarden van gesproken tekst te horen. De ondersteunende muziek van Tom America bij de samples zorgt voor een mysterieuze sfeer. 
De naam Tom America zegt velen niets. Ten onrechte want hij is misschien wel de origineelste componist/muzikant van Nederland.

Taal is voor Tom America het uitgangspunt bij zijn composities: het is niet de muziek die eerst ontstaat, maar de tekst die Tom America inspireert tot het componeren van zijn muziek. Jaren geleden nam hij een cd op met gedichten van Jan Hanlo. Die cd, Tjielp Tjielp, werd niet het verwachte en gehoopte commerciële succes. Helaas voor Tom America, hij had het verdiend want de cd is een tijdloos meesterwerk.  
Het moet niet gemakkelijk zijn geweest om muziek te schrijven bij de gevoelige poëzie van Jan Hanlo. De gedichten hebben soms een onregelmatig ritme en ongebruikelijk woordgebruik. 
Uitspraak en toonhoogte van de verschillende woorden hebben de melodie van de liedjes bepaald. De begeleidende muziek van America is fantasievol, subtiel en nergens overheersend waardoor de poëzie van Hanlo in zijn waarde wordt gelaten. De instrumenten waar Tom America gebruik van maakt zijn divers. Naast de gebruikelijke gitaar en drums zijn zo nu en dan strijkers te horen. De vreemde geluidjes – een soort miniatuurmelodietjes, uit de synthesizer getoverd van Tom America – maken de muziek compleet. De 12 nummers op de cd vormen een perfecte muzikale vertaling van Hanlo’s gedichten. Ik kan iedereen die beschikt over een ‘vrolijke en fantasievolle blik’ de muziek aanraden.

Een paar maanden geleden zag ik in een antiquariaat een singletje liggen waarop Jan Hanlo twee van zijn gedichten voordraagt. De geluidsopname zat ooit bij een nummer van het tijdschrift Barbarber. Nieuwsgierig geworden naar de stem van Hanlo zelf, er bestaan maar weinig geluidsopnames van de in 1969 overleden dichter, heb ik het gekocht. Na jarenlang de muzikale vertolking van de gedichten grijsgedraaid te hebben is het wel bijzonder om de dichter zelf te horen. De twee gedichten zijn ‘Waarover zal ik zingen’ en ‘Niet ongelijk’.

Jan Hanlo: Waarover zal ik zingen en Niet ongelijk
• De twee gedichten gezongen door Tom America

zondag 8 april 2007

Passie in huize Van der Laak


In geen enkel ander land is de Matthäus Passion van Bach zo populair als in Nederland. In de week voor Pasen kun je kiezen uit talloze uitvoeringen. Dit jaar leek de ‘meezing Matthäus’ mij wel leuk. De tekst van deze uitvoering is in het Nederlands vertaald door Jan Rot, die het zelf liever een ‘hertaling’ noemt. 
Meezingen met de Matthäus: zelfs Bach ontkomt niet aan popularisering. 

‘Hoewel het geen kleinigheid is wat meneer Bach heeft gedaan’ wordt de cultus in Nederland rond de Matthäus soms wat overdreven. Het leukst werd dit geparodieerd door Kees van Kooten als Cor van der Laak. 
Mijn naam is Cor van der Laak, en wel hierom...*

* Hoe zou het gaan met Cor van der Laak? Wat hebben we om hem moeten lachen. Toen - meer dan 20 jaar geleden - dachten we dat hij iemand was van een uitstervende soort, met zijn pleidooi om ‘oude waardevolle dingen in stand te houden die dreigen te verdwijnen’. Maar nu blijkt dat hij zijn tijd ver vooruit was, en dat we hem beter als trendsetter hadden kunnen bestempelen. ‘Waar is toch die oude VOC-mentaliteit gebleven...’ Cor van der Laak had het gezegd kunnen hebben.

http://www.youtube.com/watch?v=4pSp23Bl8pQ&feature=player_embedded

donderdag 5 april 2007

Column: Groeten uit Friesland


Als stadsbewoner twijfel ik wel eens of dit de beste plek is om te blijven wonen. De stad – en met name Amsterdam – wordt namelijk vaak voorgesteld als het Sodom en Gomorra. En ondanks dat ik uit eigen ervaring weet dat het allemaal wel meevalt vraag ik me soms af of het toch niet beter is om te verkassen. Want hier in de stad schijn je de meeste last te hebben van junks en drugsdealers. Hier in de stad wonen allochtonen van wie sommigen problemen maken. Hier in de stad wordt alles overstemd door lawaai. Hier in de stad schijnt het leven te worden verziekt door criminaliteit. Hier in de stad schijn je de meeste overlast van buren te hebben. Kortom: De stad staat voor alles wat slecht is. 
Dat je daar als volwassene blijft wonen moet je zelf weten, maar dat je dáár je kind laat opgroeien wekt verbazing. Want een kind wil je toch niet aan al die slechte invloeden blootstellen! Moet een ‘onschuldig’ kind tussen al die ellende zijn jeugd doorbrengen? Veel van mijn kennissen – die nota bene zelf zijn geboren en getogen in ‘de stad’ – vinden van niet en vragen, kort nadat ze vader en moeder zijn geworden, asiel aan in dorpen of kleine slaapsteden rond Amsterdam. Waar ze vervolgens terechtkomen in een treurigmakende woning in een suf en benauwend burgertruttenstraatje van een armetierig plaatsje waar geen moer te beleven valt. Een enkeling vindt dit nog niet ver genoeg en emigreert naar Friesland. Want Friesland is de provincie met een eigen trotse cultuur... 
Friesland: waar ieder kindergezichtje een gezonde blos heeft en de frisse wind door blonde haartjes blaast. Waar elk kind veilig buiten speelt en sport en spel enkel onderbreekt om een gezond glas melk in één teug leeg te drinken. Waar men de traditie van fierljeppen en kaatsen nog in ere houdt. Waar men een eigen taal spreekt en fier het eigen volkslied zingt. Hier in Friesland is uw kind veilig. Hier wordt uw kind niet gedwongen om naar een zwarte school te gaan. Hier valt uw blonde dochter niet in handen van allochtone loverboys... Dit is het Walhalla voor ieder blank opgroeiend kindje: het bêste lân fan d’ierde. Het lijkt hier godverdomme het ouwe Zuid-Afrika wel!

Maar schijn bedriegt. Want afgelopen week werden de resultaten gepubliceerd van een onderzoek uitgevoerd door het SGBO, het onderzoeksbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. En wat is de conclusie? Friesland is de slechtste provincie om op te groeien. 
Een aantal onderzoeksresultaten:
•  Kinderen in het Friese basisonderwijs presteren gemiddeld slechter dan het landelijk gemiddelde;
•  Het aantal kinderen dat een HAVO of VWO-advies krijgt, is gelijk aan het percentage onder allochtone kinderen;
•  De werkloosheid is in Friesland al decennia hoger dan het landelijk gemiddelde;
•  De inkomenspositie van de Friezen ligt gemiddeld 10% lager dan het landelijke cijfer;
•  Er is niet één Friese gemeente, waar het gemiddelde inkomen op het landelijk gemiddelde uitkomt;
•  11 van de 20 armste gemeenten in Nederland zijn Fries;
en last but not least:
•  14 van de 31 Friese gemeenten (= 45%) horen bij de honderd gemeenten met de slechtste omstandigheden om op te groeien;
Kort samengevat: heel Friesland lijkt wel één grote achterstandswijk! 
Een oorzaak voor deze – al decennia lang aanhoudende – ellende is volgens het rapport... die zo vaak geroemde Friese cultuur. Een citaat uit het rapport: ‘Geen werk hebben, niet-succesvol zijn en in een sociale achterstandpositie verkeren is de norm, en daarmee deel van de Friese cultuur, het Frysk eigene. Daardoor ontbreekt de prikkel om aan deze situatie te ontsnappen. Friese jongeren groeien steeds weer op in de sociaal-economische achterstandspositie waarin hun ouders ook opgroeiden. De Friese waarden en normen bestendigen deze sociale reproductie.’ 
Het is dus die veelgeroemde Friese cultuur die kinderen dom houdt! 
Al eerder werd de blanke enclave Volendam ontmaskerd als een vissersdorp waar de jeugd niet op zee, maar met het gezicht boven het witte coke-poeder een frisse neus haalt. En nu blijkt ook het trotse Friesland niet te zijn wat we er altijd van hadden gedacht. Vaders en moeders, twijfel niet, hou uw kind in Amsterdam. Blijf hier! Hier in ‘de grote stad’ valt genoeg te beleven: hier verandert uw kind niet in een gewelddadige alcohol zuipende, xtc slikkende, hersendode hangjongere. 
Die altijd - door iedereen zo leuk gevonden - plattelands nuchterheid lijkt niets anders te zijn dan emotieloze dommigheid. En ze zijn er nog trots op ook! Verhuizen naar Friesland? Nee dank u. Ik blijf liever hier...

donderdag 22 maart 2007

Melodie in mijn hoofd: Interpol - NYC


Soms word ik ’s ochtends wakker met een melodie in mijn hoofd die zich de hele dag hardnekkig blijft herhalen. Vandaag was dat NYC, mijn favoriete nummer van Interpol. Het nummer klinkt als een mengsel van Echo and the Bunnymen en Joy Division. Een beetje nostalgie dus, maar ook weer niet want het nummer komt van de cd ‘Turn on the Bright Lights’ uit 2003. 
Eenmaal thuis, NYC meteen gedraaid. Voor Ingmar - mijn vaste danspartner - was het de eerste keer dat hij het hoorde. Samen even gedanst op de mooie muziek. Nostalgie kent Ingmar nog niet en toch lijkt hij NYC wel mooi te vinden.

dinsdag 23 januari 2007

What does Marsellus Wallace look like


Afgelopen zaterdag zond Omroep Friesland het derde en laatste deel uit van de documentaire ‘Reve in Friesland’. Reve woonde er in Greonterp - een samengeklonterd groepje huisjes in een verder leeg, vlak en verlaten landschap. Hij was er naar eigen zeggen, ‘zeer kort bijna gelukkig’ - mooier kan het niet worden gezegd.
Friezen die Reve in die tijd hebben ontmoet worden in de documentaire aan het woord gelaten. De nuchtere dorps- en streekgenoten denken nog steeds met plezier aan de tijd met Reve terug, tenminste dat is mijn indruk. Maar voor Reve was de eenzaamheid nog niet extreem genoeg, hij werd al snel onrustig en ergerde zich aan een enkele voorbijrijdende brommer of het geluid van een rammelende melkbus. Na korte tijd verliet hij Greonterp, verhuisde achtereenvolgens van Veenendaal naar Weert, om zich uiteindelijk voor lange tijd in Frankrijk te vestigen. In grote eenzaamheid bovenop een berg, van alles en iedereen verlaten. 

Halverwege het derde deel is op archiefbeeld Reve’s werkkamer in huize Het Gras te zien, een kort zwart-wit fragment. Te zien is een opzijgeschoven stoel voor een klein houten bureautje, het zou een schoolbank geweest kunnen zijn. Volgens mij zit er een laadje in, maar duidelijk zichtbaar is dat niet. Op het tafelblad staat een geopend inktpotje. Voor het potje ligt een vel papier met daarop een kroontjespen. Boven het bureautje hangt een lamp. Het lijkt wel een omgekeerde bloempot aan de inkeping bovenin te zien, en aan de dikke rand onderaan ‘de kap’. Aan het schuin aflopende dak hangt een vel papier. Verder is het leeg, en donker. Er zal ongetwijfeld een raam of dakraam in de ruimte zitten maar veel licht laat dat niet binnen. 

Soberder kan een werkkamer niet zijn, geen enkele franje is er toegestaan. Het is een mooi beeld. Bijna een kunstwerk, je verbeelding gaat ermee aan de haal. Wanneer je niet zou weten dat dit Reve’s werkkamer was, dan zou je denken dat een monnik hier zijn dagen in vrijwillige afzondering doorbrengt, of dat gevangenen in deze ruimte worden verhoord.

Maar dat is het allemaal niet. In deze ruimte schreef Reve het meesterwerk ‘Nader tot U’. Hij moet zich op bijna ascetische wijze hebben gewijd aan het schrijven. Anders ga je hier niet in afzondering zitten. Ik ben er van overtuigd dat - wanneer je ergens echt goed in wilt zijn - je daar alles voor moet opofferen. Reve deed dat. Dat blijkt wel uit het fragment.

• Het gedicht Herkenning 
voorgelezen door Gerard Reve 
(Gedicht van de cd ‘Toch goed dat er een god is’)

zondag 21 januari 2007

De afwijkende blik van Piet Schreuders


Onlangs zag ik in een boekwinkel een nieuw nummer van de onregelmatig verschijnende Poezenkrant liggen. De Poezenkrant is een grappig tijdschrift dat bijzonder populair is bij een kleine groep poezenliefhebbers. Het blad - dat niet alleen onregelmatig verschijnt maar ook vaak van formaat verandert - staat vol met korte berichtjes en foto’s over - het zal geen verrassing zijn - poezen. De kopij is ingestuurd door de lezers en abonnees, of verzameld door de maker van het blad, grafisch vormgever Piet Schreuders. 
Eigenlijk gaat De Poezenkrant niet over poezen, maar maakt het meer duidelijk over de leefwereld van poezenliefhebbers zelf, de manier waarop zij met hun humoristische en ironische blik naar hun eigenzinnige huisdier kijken. Een manier van kijken die je zou kunnen omschrijven als een soort ironische levensopvatting. Dat is een tamelijk ‘zware’ conclusie waar je niet direct aan denkt wanneer je De Poezenkrant in handen houdt, maar het is de indruk die ik krijg - en die mij wel aanspreekt - wanneer ik het tijdschriftje heb gelezen.
In 2004 verscheen in boekvorm een ‘bloemlezing’ uit eerder verschenen Poezenkranten. Een dikke pil met een zachte kattenstaart als leeslint. Het boek werd genomineerd voor het best verzorgde boek van het jaar, een prestigieuze vormgeversonderscheiding. En dat is opvallend, want Piet Schreuders werd altijd beschouwd als een enfant terrible binnen de strenge vormgeverswereld. Een autodidact (dat zijn meestal de besten) die deed waar hij zin in had en daar sans gene voor uitkwam. Onsterfelijk geworden door zijn luidruchtige kritiek op vormgevers-grootheid Wim Crouwel. Je moet maar durven.
Zijn grafische bezetenheid legde hij vast in het boek ‘Lay In - Lay Out’. Later verscheen ook nog ‘Voor verbetering vatbaar’, een komisch boek waarin vooral typografische uitingen worden bekritiseerd. 
Maar zijn bezetenheid beperkt zich niet tot poezen of onderwerpen op grafisch gebied. Piet Schreuders schreef ook een gedetailleerd boek over locaties in London waar The Beatles zich lieten fotograferen, verzorgde voor de VPRO verschillende radiouitzendingen en reconstrueerde muziek van Leroy Shield, een filmcomponist die o.a. de muziek schreef voor veel Laurel en Hardy films. Kortom Piet Schreuders doet van alles en nog wat, maar alles met eenzelfde - aanstekelijke - passie en bezetenheid. Waar hij de tijd vandaan haalt is mij een raadsel.

De brede interessewereld van Piet Schreuders lijkt in één tijdschrift samen te komen, het - ook weer in eigen beheer uitgegeven en onregelmatig verschijnende tijdschrift - Furore. Furore bestaat al 25 jaar, is minder populair dan De Poezenkrant en daarom ook minder bekend. Dat het maken van Furore liefdewerk is blijkt uit de rekening die Schreuders ervoor betaalt: op geen enkel nummer wordt winst gemaakt, er moet geld bij. Je zou verwachten dat dat voor Schreuders een reden zou zijn om zich te storten op de goedkopere ‘nieuwe media’: een weblog lijkt voor hem het ideale medium om zijn informatie te verspreiden, maar niets is minder waar. Wanneer je zijn webadres intypt krijg je al jaren de piepkleine mededeling ‘binnenkort online’ te zien. De liefde van Schreuders voor drukwerk en ‘vergeten’ typografie is blijkbaar zo groot dat hij de verleiding om online te publiceren nog steeds kan weerstaan. Maar goed, we weten het ook al van de onregelmatig verschijnende Poezenkrant: Piet Schreuders wil niet gebonden zijn aan tijd. Binnenkort kan morgen zijn, maar ook over twee jaar, of nog later. Maar dat maakt voor ons - liefhebbers van zijn werk - niet uit, want op de vrolijk makende creaties van Piet Schreuders willen we wel even wachten.

Wanneer je al zijn uiteenlopende werkzaamheden bestudeert dan lijken die niets gemeenschappelijks te hebben. Maar dat is schijn, denk ik. Want volgens mij zit er wel degelijk een rode draad in veel van zijn werk. Het lijkt nl. wel of Piet Schreuders altijd meer interesse heeft voor ‘de omgeving’ van zijn onderwerp, dan voor het onderwerp zelf. Een aantal voorbeelden: een artikel in Furore over de wereldberoemde foto van de opwaaiende jurk van Marilyn Monroe boven een luchtrooster, gaat niet over Monroe of over de foto, maar over het luchtrooster waar de actrice op staat. Een boek over The Beatles in Londen, gaat niet over The Beatles, maar over locaties waar zij zich lieten fotograferen. En - zoals ik al eerder zei - gaat De Poezenkrant niet over poezen, maar meer over poezenliefhebbers. Het is een aparte, originele blik die Schreuders heeft. Het lijkt wel of Schreuders altijd langs zijn onderwerp heenkijkt. Schreuders schenkt aandacht aan dingen die over het hoofd worden gezien. En dat maakt hem - naast zijn brede en uiteenlopende interesses - zo bijzonder.

Interview met Schreuders over zijn werkplek (VPRO 11-2-200)
Fotoverslag van Piet Schreuders over de locaties waar Les vacances de Monsieur Hulot van Jacques Tati werd opgenomen
Piet Schreuders beoordeelt cd-hoesjes voor vpro’s 3voor12

zaterdag 30 december 2006

Dubbelgangers


Ieder mens heeft wel degelijk een dubbelganger. (Zie ook ‘Zou Hermann hier Bach in horen?’) Het bewijs hiervoor wordt geleverd door fotograaf François Brunelle. Brunelle zoekt stad en land af naar look-alikes. Het bescheiden aantal dat hij heeft gevonden presenteert hij op z’n website. De gelijkenis tussen de geportretteerden - die geen familie van elkaar zijn - is frappant. Ben je op zoek naar jouw dubbelganger stuur Brunelle dan een portretfoto, hij waarschuwt dat het wel even kan duren voor je antwoord krijgt.

Uitgerekend vandaag wordt Saddam Hussein - de man die de meeste dubbelgangers had (zo beweerde men althans) -ter dood gebracht. 
Van die dubbelgangers van Saddam hebben we - net als van die ‘massa-vernietigingswapens’ - overigens nooit meer iets gehoord. Waren die er wel?

Link naar een aantal look-alike portretten van Brunelle:
Link naar de website van François Brunelle:

dinsdag 5 december 2006

Column: Wat is er mis met een pyjamadag?


Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen hoorde ik Wouter Bos een paar keer ageren tegen de zogenaamde pyjamadag in verzorgingstehuizen. Voor degenen die het niet weten: de pyjamadag houdt in dat bejaarden wegens tijdgebrek van het personeel een paar dagen per jaar niet worden aangekleed zodat zij noodgedwongen de dag in pyjama moeten doorbrengen. Een schande in onze verzorginsstaat, vindt Wouter Bos. Natuurlijk is het niet leuk als je - tegen je zin - de hele dag in pyjama achter je looprek moet blijven rondlopen (of moet rondrijden op je rollator), daar ben ik het volledig mee eens. Maar zelf zou ik er niet zo veel problemen mee hebben.
Ik neem nl. al jaren zo nu en dan een pyjamadag. Heerlijk! Ik beschouw het overdag aanhouden van de pyjama als een vorm van protest. (Lezers die zijn opgegroeid in de jaren zestig fronsen nu hun wenkbrauwen.) Op die dag heb ik nl. even geen zin in de dagelijkse werkdrukte vol stress en zeurende collega’s. Of het slechte weer doet mij ’s ochtends besluiten om maar eens een dagje - in pyjama - binnen te blijven. Ik nestel me dan op de bank met een stapeltje boeken en kranten. De telefoon gaat eruit, want we hebben geen zin in contact met de ‘buitenwereld’. Maar van lezen word je moe dus duik ik zo nu en dan terug in bed om even een dutje te doen. En welk kledingsstuk past het best bij zo’n dag waarbij slapen wordt afgewisseld door eten en lezen? Niet die stugge harde spijkerbroek natuurlijk, nee de pyjama! Het ideale ‘vrijetijdspak’ om thuis in rond te lopen. Heerlijk die warme zachte stof. En wat een vrolijke en chique dessins hebben die pyjama’s, veel mooier dan die ordinaire slechtzittende flubberreet joggingpakken waar sommigen thuis in rondsjokken. 
Het is niet voor het eerst dat de pyjama het moet ontgelden. In de jaren zestig werd de pyjama volgens mij voor het eerst bestempeld met een negatief imago. De pyjama werd toen oubollig gevonden door de naar de macht grijpende generatie die liever bloot het bed indook. Ik ben benieuwd of ze dat nog steeds doen, bloot het bed induiken. Ze hebben nu immers de leeftijd bereikt dat sommigen na een nachtelijk plasje nog lang blijven nadruppelen. Niet zo fris om dan textielloos terug in bed te kruipen. 
De jongste generaties trekken zich gelukkig niets aan van het negatieve zestiger jaren imago van de pyjama, of ze hebben er geen weet van. Het bewijs daarvoor is te vinden in de H&M; de kledingwinkel waar vooral jongeren vrolijk rondshoppen (leve het consumeren!) Complete rekken zijn volgehangen met pyjama’s. Het zijn geen Victor en Rolfjes maar ze zien er wel modieus en hip uit. Afgelopen week heb ik er nog twee aangeschaft, en ze zitten heerlijk, ik kan ze iedereen aanbevelen.
Het echte Walhalla van de pyjamaliefhebber is... China! In verschillende steden kun je daar mensen gekleed in pyjama op straat zien rondlopen of fietsen. Uit een onderzoek dat is gehouden in Shanghai blijkt dat 16 procent van de ondervraagden regelmatig in een pyjama in het openbaar verschijnt of familieleden heeft die zich daar ‘schuldig’ (niet mijn woordkeuze) aan maken. Een kwart van de geënquêteerden zegt zelf regelmatig in nachtkleding de straat op te gaan. 
(bron NRC).
Het gaat mij te ver om de straat op te gaan in pyjama, ik beschouw de pyjama immers als de ideale binnenoutfit. Maar goed, iedereen moet doen waar die zin in heeft, dus waarom niet in pyjama naar buiten? Even snel voor een boodschapje, maar dan weer gauw naar binnen. Terug in bed en de telefoon eruit!
Heerlijk zo’n pyjamadag!